Bij rijstvogels is reeds sinds jaar en dag de bontmutatie bekend. Deze mutatie is in het algemeen waar te nemen door enkele witte vleugelpennen en witte veertjes op de kop en onder de snavel. Plaatselijk wordt een totale verhindering van melanine oxidatie door de bontfactor veroorzaakt. Vogels, welke aan de algemene keurtechnische omschrijving van de bontmutatie kunnen voldoen, komen nauwelijks of nooit voor. Bij de pop kan de snavel iets lichter van kleur zijn, evenals de oogring. Tijdens de keuring wordt hier echter geen rekening mee gehouden. De aanwezige tekening dient 40 tot 60 % onderbroken en dient een regelmatig en scherp verloop te hebben. Een geheel witte buik en hier en daar wat witte veertjes is niet het ideaalbeeld van het bontpatroon.
Het bontpatroon dient symmetrische te zijn, enige tolerantie tijdens de keuring is wel op zijn
plaats. Bij het model dienen we vooral te letten op de breedte van de borst en de vorm van de kop, deze mag niet te klein zijn t.o.v. het lichaam. Ook het formaat is van groot belang, al zullen er weinig rijstvogels zijn, die niet aan de formaateis voldoen. De tekening dient een scherp en regelmatig verloop te hebben.
Jonge bonte en witte rijstvogels